Een diagnose ADHD betekent niet automatisch dat medicatie de juiste stap is. Dat benadrukt professor Philip Asherson, psychiater aan King's College London, die zich al dertig jaar toelegt op de behandeling van volwassenen met aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit. Volgens hem kan een zorgvuldig gekozen farmacologische behandeling het dagelijks functioneren van patiënten echter volledig omkeren.

Asherson legt uit dat de werking van ADHD-medicatie berust op het beïnvloeden van de neurotransmitters in de hersenen, met name dopamine en noradrenaline. Die stoffen spelen een centrale rol bij aandacht, motivatie en impulscontrole. Bij mensen met ADHD is de regulering daarvan verstoord, waardoor het moeilijk wordt om taken af te maken, prioriteiten te stellen of impulsen te beheersen. Medicatie kan dat systeem ondersteunen, maar de effecten verschillen sterk van persoon tot persoon.

De psychiater wijst erop dat de voordelen het grootst zijn bij patiënten bij wie de symptomen een duidelijke impact hebben op het werk, de relaties of het dagelijks leven. Voor hen kan een goede afstelling van de medicatie het verschil maken tussen vastlopen en weer grip krijgen op de dagelijkse routine. Tegelijkertijd is een nauwkeurige diagnose essentieel: niet elke concentratieprobleem of rusteloosheid wijst op ADHD, en een verkeerde behandeling kan meer kwaad dan goed doen.

Volgens Asherson is de juiste dosering en het juiste middel vinden een kwestie van maatwerk. Er bestaan verschillende soorten medicatie, met uiteenlopende werkingsduur en bijwerkingen. Sommige patiënten hebben baat bij een langdurige werking die de hele dag door ondersteunt, anderen verkiezen een kortere werking of hebben meer nood aan begeleiding bij het opbouwen van de dosis. Regelmatige opvolging door een arts is dan ook noodzakelijk, niet alleen om het effect te meten, maar ook om bijwerkingen zoals slaapproblemen, een verhoogde hartslag of verminderde eetlust tijdig op te vangen.

De professor benadrukt dat farmacotherapie geen geïsoleerde oplossing is. Medicatie kan de basis leggen, maar psycho-educatie, coaching en aanpassingen in de leefomgeving blijven belangrijk. Patiënten die begrijpen hoe hun brein werkt, kunnen beter omgaan met hun beperkingen en hun sterke punten benutten. Ook een gezonde levensstijl met voldoende slaap, beweging en structuur draagt bij aan een stabieler functioneren.

Voor volwassenen bij wie de diagnose pas laat wordt gesteld, kan dat inzicht opluchting brengen. Jaren van zelfverwijt en frustratie maken dan plaats voor een gerichte aanpak. Asherson merkt op dat veel patiënten na een goede behandeling voor het eerst ervaren hoe het is om taken zonder constante weerstand af te ronden. Dat kan hun zelfbeeld en hun relaties met anderen aanzienlijk verbeteren.

Toch blijft de boodschap genuanceerd: medicatie is een hulpmiddel, geen wondermiddel. De beslissing om te starten moet volgens de psychiater altijd in overleg met de patiënt vallen, na een grondige evaluatie van de voordelen en de risico's. Wie geen ernstige hinder ondervindt, hoeft niet per se naar de apotheek te stappen. De diagnose op zich is geen reden tot behandeling; het is de impact op het leven die de doorslag geeft.

3Weergaven

Auteur

Gezondheid en relaties

Nele Coppens — gezondheid en relaties, Leefblik.