De perimenopauze is geen louter hormonale gebeurtenis, maar een ingrijpende levensfase waarin vrouwen hun identiteit heronderhandelen. Dat stelt de Poolse gynaecologe, seksuologe en endocrinologe Monika Łukasiewicz. Volgens haar markeert deze periode het einde van een versie van onszelf: vrouwen kijken in de spiegel en zien dat het lichaam dat ze dertig jaar kenden, verandert in iets anders.
Łukasiewicz beschrijft de perimenopauze als een transformatie, niet als een ziekte. De overgang valt samen met een moment waarop vrouwen zich fundamentele vragen stellen over hun leven, relaties en verlangens. De clichés over een echtgenoot verlaten of een motorfiets kopen, schrijft ze toe aan een verkeerd begrip van wat er werkelijk gebeurt. Het is niet het estrogen dat vrouwen tot zulke beslissingen drijft, maar een dieper liggende heroriëntatie.
De endocrinologe benadrukt dat de veranderingen in het lichaam onvermijdelijk zijn, maar dat de betekenis die vrouwen eraan geven, sterk verschilt. Waar de een vooral opvliegers en slaapproblemen ervaart, ziet de ander een kans om oude patronen los te laten. Het medische verhaal en het persoonlijke verhaal lopen door elkaar, en juist dat maakt de fase zo complex.
In de spreekkamer merkt Łukasiewicz dat vrouwen vaak met vragen komen die verder gaan dan de klassieke overgangsklachten. Ze willen weten wie ze zijn nu hun vruchtbare periode afloopt, hoe ze zich verhouden tot hun partner en welke keuzes nog passen bij hen. De gynaecologe pleit ervoor om die vragen serieus te nemen in plaats van ze af te doen als een hormonale bevlieging.
De perimenopauze begint vaak jaren voor de laatste menstruatie en kan gepaard gaan met een breed scala aan symptomen. Denk aan stemmingswisselingen, vermoeidheid, gewichtsschommelingen en een veranderd libido. Tegelijk is het een periode waarin veel vrouwen meer helderheid krijgen over wat ze echt belangrijk vinden. Volgens Łukasiewicz is dat geen toeval: het einde van de vruchtbare levensfase dwingt tot een herijking van waarden.
Ze waarschuwt dat de maatschappij de overgang nog te vaak benadert als een medisch probleem dat zo snel mogelijk verholpen moet worden. Daarmee gaat men voorbij aan de psychologische en relationele dimensie. Vrouwen hebben behoefte aan erkenning van wat ze doormaken, niet alleen aan een recept voor hormonen. Een gesprek over levenskeuzes hoort volgens haar net zo goed bij de behandeling als de medische opvolging.
De transformatie die Łukasiewicz beschrijft, raakt ook aan de manier waarop vrouwen naar hun lichaam kijken. Het lichaam dat ze decennialang als vanzelfsprekend beschouwden, wordt plots een gespreksonderwerp. Dat kan ongemakkelijk zijn, maar het biedt ook een kans om opnieuw te kiezen voor gezondheid, beweging en rust. De overgang is met andere woorden geen eindpunt, maar een overgangsfase die ruimte maakt voor een nieuwe versie van het zelf.
Voor wie midden in die fase zit, is de boodschap van Łukasiewicz duidelijk: de vragen die opborrelen zijn het stellen waard. Ze gaan niet over een op hol geslagen hormoonhuishouding, maar over de richting die iemand aan haar leven wil geven. Wie dat erkent, kan de perimenopauze benaderen als een periode van groei in plaats van verlies.
4