Een reeks experimentele architectuurprojecten laat de natuur niet langer alleen het decor vormen, maar ook het ontwerp mee bepalen. Van muren die langzaam oplossen tot paviljoens die door insecten worden gesponnen: zeven projecten tonen hoe weer, water, temperatuur en zelfs dieren een gebouw kunnen vormgeven. Ze vormen samen een hoofdstuk van het traject POSTHUMAN UTOPIAS van designboom, in samenwerking met INDX|GLOBAL.
Het project Dissolving Arch van het ontwerpbureau stpmj werd in 2017 gebouwd in het Osulloc Tea Museum op het Zuid-Koreaanse eiland Jeju. De boog bestaat uit zoutstenen die met mortel zijn verbonden. Onder invloed van regenval lossen de zoutstenen geleidelijk op. Wat overblijft is het mortelwerk, dat als een open rooster achterblijft. Het gebouw verandert zo voortdurend van vorm en verwijst naar de kracht van het weer als ontwerpfactor.
Aguahoja I, ontwikkeld door Neri Oxman en de MIT Mediated Matter Group, is een paviljoen van vijf meter hoog, opgebouwd uit biopolymeren op basis van cellulose en chitosan. Omdat deze materialen met water afbreken, is het ontwerp bewust tijdelijk. Het paviljoen werd later geïnstalleerd op het terras van het San Francisco Museum of Modern Art (SFMOMA). Zo wordt het vergankelijke karakter van het materiaal zichtbaar gemaakt voor een publiek dat gewoonlijk met duurzame bouwmaterialen werkt.
Curtain, ontworpen door Alejandro Felix en Fang Cui, is een winterlijke schuilplaats op de bevroren rivier in Winnipeg, Canada. De ijspilaren en -wanden van het ontwerp groeiden mee met de koude en werden dunner naarmate de temperatuur steeg. Het werk maakt de seizoenen en de wisselende kracht van het klimaat tot onderdeel van de architectuur.
Ook FloatLab, van J. Meejin Yoon en het bureau Höweler + Yoon, speelt met het getij. Het gaat om een stalen ring die in Philadelphia meebeweegt met het water: hij stijgt en daalt met de getijden. Publieke toegang is gepland voor het voorjaar van 2027.
In de Californische woestijn bouwde het studio i/thee het project Ghost House in 2021, in Morongo Valley. Canvas werd met een lijm verhard onder invloed van de woestijnwind, waardoor het materiaal zijn vormen vond zonder dat ze volledig vooraf waren bepaald. Het ontwerp laat de wind zo rechtstreeks meespelen in het eindresultaat.
Het paviljoen Puddle Pavilion van i/thee, in Bondurant, Iowa, is gemaakt van een harsachtig materiaal op basis van algen dat op de grond werd gegoten. De gevormde dakdelen werden daarna op stalen kolommen geplaatst naast de Mud Creek. Ook hier bepaalt het natuurlijke proces de uiteindelijke vorm.
Het laatste project in deze reeks is Silk Pavilion II van Neri Oxman. Ongeveer 17.532 zijderupsen sponnen er zijde op een stalen frame. Het paviljoen is zes meter hoog en werd getoond in het Museum of Modern Art (MoMA) in New York. Het werk laat zien hoe dieren als medeontwerpers kunnen optreden binnen een architecturaal proces.
3