Het ontwerpbureau Linehouse heeft het interieur voltooid van het Jen-hotel in Hangzhou, China. Het gebouw is eigendom van de Shangri-La Hotel Group en telt 18 verdiepingen. De interieurs zetten de industriële esthetiek van de architectuur door in een warm en ontspannen geheel.
De toren staat op een terrein aan de Dongxin-rivier, tussen twee voormalige fabriekscomplexen. Het ontwerp van het gebouw is van het Amerikaanse architectenbureau Kohn Pedersen Fox. De buitenkant gebruikt staal, grijze baksteen en glas, materialen die verwijzen naar het industriële verleden van de plek. Linehouse heeft die lijn doorgetrokken naar het binnenwerk. Het hotel beslaat een interieuroppervlak van 12.850 vierkante meter en telt 176 gastenkamers. Opdrachtgever is Kerry Properties, de exploitatie ligt bij Shangri-La. Het hotel is dus een combinatie van een lokale ontwikkelaar en een internationale hotelketen, en de keuze voor een ontwerp dat de fabrieksgeschiedenis van de oever herkenbaar houdt, past in die dubbele opzet.
In de lobby domineren aardetinten in marmer en eikenhouten lambrisering, aangevuld met ontspannen meubilair. Het kunstwerk bij de ingang is van de hand van Elsa Jeandedieu en toont abstracte bruggen en het kanaal. Die bruggen en het water verwijzen rechtstreeks naar de ligging van het hotel tussen de rivier en de oude industrieterreinen. De vloerpatronen en het op maat gemaakte tapijt zijn getekend naar het stratenplan van de buurt, zodat de omgeving zich in het hotel herkenbaar maakt. Wie binnenkomt, krijgt zo al in de hal een beeld van de wijk waarin het gebouw staat.
Op de zesde verdieping zijn het restaurant, de bar en de vergaderzalen samengebracht. In het restaurant OpenHouse loopt een lineaire opstelling langs volledig doorlopende glaswanden, zodat de gasten zicht hebben op de omgeving. Het plafond heeft een houten accent dat is gebaseerd op sunmao-verbindingen, een traditionele houtverbindingstechniek. Een centrale koffiebar verdeelt de ruimte in een eetgedeelte en een loungegedeelte, waardoor beide functies naast elkaar kunnen bestaan zonder elkaar te hinderen. De bar Koan is driedubbel hoog en wordt verbonden met een terras op de bovenverdieping via een zwart metalen trap. De nissen zijn bekleed met notenhout en cognackleurig leer, een combinatie die warmte brengt in een ruimte met veel metaal en glas.
De zevende verdieping is bestemd voor welzijn, met een sportschool, een yogaruimte, een spa en een zwembad. In de sportschool bevat een wand van lavasteen bewegingsgravures, die de dynamiek van de oefeningen als het ware in het materiaal vastleggen. De yogaruimte heeft met de hand gebeitelde houten panelen, die een rustige en tastbare sfeer geven. In de gastenkamers keert de materiaalpalet terug: gunmetal, eikenhout, getextureerd stucwerk en leer in tinten bruin. Gebogen plafonds zorgen voor indirecte verlichting, zodat het licht zacht op de muren valt. De badkamers hebben wanden van glasblokken, die daglicht doorlaten zonder volledig zicht te geven.
Het gebruik van materialen die de industriële geschiedenis van het gebied weerspiegelen, past in een bredere trend binnen de hotelsector in Chinese steden, waar oude fabriekslocaties vaak worden herbestemd. Linehouse richt zich in zijn werk vaak op die dialoog tussen het verleden van een plek en het gebruik van een gebouw vandaag. Het bureau werd in 2013 opgericht door Alex Mok en Briar Hickling en heeft studio's in Shanghai, Hongkong en Auckland. Over de openingsdatum van het hotel en de bouwkosten zijn in de beschikbare informatie geen gegevens opgenomen.
2