Een thuiswerkkantoor hoeft niet weggeborgen te worden achter een neutrale muur of een saai bureau. Steeds meer interieurontwerpers kiezen er bewust voor om de werkplek in huis te behandelen als elke andere kamer: met kleur, patroon en textuur als dragende elementen. Het resultaat is een ruimte die niet alleen functioneel is, maar ook uitnodigt om er te vertoeven.

De Britse interieurontwerper Rory Alastair Robertson, die onder meer schrijft voor het interieurmagazine Livingetc, groeide op in Edinburgh tussen klassieke Georgische en Victoriaanse architectuur. Zijn moeder schilderde de drie verdiepingen tellende Victoriaanse trap in een diepe roodtint en voorzag de salon met de hand van bladgoud op een gele onderlaag. Die maximalistische aanpak uit de tijd van Jocasta Innes en Kenneth Turner typeert zijn visie: een kamer, en dus ook een thuiswerkkantoor, mag gedurfd en persoonlijk zijn.

Robertson studeerde interieurarchitectuur aan de Universiteit van Edinburgh en volgde daarna theaterdecorontwerp en architecturale illustratie aan de Rhode Island School of Design in de Verenigde Staten. Hij werkt vanuit Shoreditch in Londen als senior interieurredacteur en consultant, en is gastdocent aan de KLC School of Interior Design in Chelsea. Zijn werk balanceert tussen residentiële en commerciële projecten, met een diepe waardering voor historische panden en hun verhaal.

De les die daaruit volgt voor wie thuis een werkplek inricht, is dat een bureau niet per se in een hoekje achter een dichte deur hoeft te verdwijnen. Kleur op de muur, een opvallend patroon in het vloerkleed of gordijnen, en textuur via hout, wol of keramiek zorgen voor een ruimte die niet aanvoelt als een kantooreiland in een verder leeg huis. Zelfs een kleine hoek kan zo een eigen karakter krijgen.

Dat betekent niet dat functionaliteit erbij inschiet. Een goede werkplek vraagt nog steeds om voldoende licht, een comfortabele stoel en opbergruimte die rommel uit het zicht houdt. Maar de afwerking mag net zo doordacht zijn als in de woonkamer. Een kleur die energie geeft, een patroon dat de blik verruimt en materialen die warmte uitstralen, maken dat je er met plezier gaat zitten.

Wie twijfelt, kan klein beginnen. Eén muur in een doordachte tint, een set kussens in een contrasterende stof of een vintage bureau dat niet perfect matcht met de rest, kan al het verschil maken. Het idee is dat de werkplek een verlengstuk wordt van de persoon die er werkt, in plaats van een generieke plek die je 's avonds het liefst zo snel mogelijk verlaat.

De ontwerpen die vandaag de ronde doen in interieurbladen tonen dat een thuiswerkkantoor evengoed een pronkstuk kan zijn. Door kleur, patroon en textuur te omarmen, wordt de kamer niet alleen mooier, maar ook prettiger om in te werken. Wie goed woont, werkt blijkbaar ook beter.

Auteur

Eten en drinken

Bram Verhoeven — eten en drinken, Leefblik.