Tijdens de recente fashion month kwam één boodschap steeds terug: mode wil draagbaarder zijn. Loewe toonde felpe's, Balenciaga kwam met jeans met scheuren, en verschillende merken kozen voor lagere prijzen. Het beeld van luxe als iets om enkel op bijzondere momenten te dragen, lijkt daarmee aan het verschuiven.
De evolutie van de catwalks naar de dagelijkse garderobe is opvallend. Een felpe of een jeans is geen gewaagd kledingstuk, maar het komt wel uit de wereld van de exclusieve modehuizen. Wat vroeger vooral een streetwear-codering had, wordt nu door de grote namen zelf omarmd. Daarmee verschuift het zwaartepunt van uitzonderlijk naar vanzelfsprekend.
Die beweging raakt ook de prijs. Het Italiaanse artikel dat aan deze reportage ten grondslag ligt, benadrukt dat de sector een lagere prijsklasse aanboort om een breder publiek te bereiken. Voor de koper die bewust consumeert, is dat een interessante wending: luxe wordt minder een kwestie van status en meer een vraag naar wat een stuk werkelijk waard is in gebruik.
Die vraag is relevant voor wie zijn kast wil opbouwen. Een luxe item moet niet alleen indrukwekkend zijn bij de aankoop, maar ook bestand tegen wassen, dragen en de dagelijkse drukte. Stukken die er eenvoudig en vertrouwd uitzien, passen beter in een gewone werkweek, in de stad of op een zaterdag met vrienden. Wie minder wil kopen en langer wil dragen, let daarom sterker op materiaal, afwerking en pasvorm.
Voor de consument betekent dit concreet dat het de moeite loont om na te gaan of een stuk makkelijk combineerbaar is met wat al in de kast ligt. Een felpe of een jeans is pas echt een investering als je hem regelmatig draagt en hij na jaren nog goed zit. Zo verschuift de maatstaf van de catwalk naar de praktijk van alledag.
3