De badkamer is aan een stille heroverweging toe. Waar het vertrek lang werd behandeld als een puur functionele ruimte, groeit de belangstelling voor badkamers die net zo doordacht zijn als de woonkamer. Vier designrichtingen tekenen zich af: monastiek minimalisme, uitgesproken oranjetinten, natuurlijke materialen en sculpturale volumes.
Monastiek minimalisme is de meest ingetogen van de vier. De badkamer wordt teruggebracht tot wat echt nodig is: eenvoudige oppervlakken, weinig visuele ruis en een beperkt kleurenpalet. Dat betekent niet dat de ruimte kil hoeft te zijn. Zachte texturen, matte afwerkingen en zorgvuldig gekozen licht zorgen voor warmte zonder dat er iets overbodigs bijkomt. Het resultaat is een ruimte die rust uitstraalt en makkelijk schoon te houden is.
Daartegenover staat de trend van sappige oranjetinten. Waar minimalisme terughoudend is, durft deze richting kleur te gebruiken als sfeermaker. Oranje, terracotta en warme aardetinten brengen energie in een ruimte die vaak klein en gesloten is. De kleur kan terugkomen in tegels, kranen, handdoeken of een enkel accentstuk. Belangrijk is dat de tint wordt afgestemd op het licht in de badkamer, zodat het geheel warm blijft en niet overweldigend wordt.
Een derde beweging zoekt het in natuurlijke materialen. Hout, steen en keramiek geven de badkamer een tactiele kwaliteit die tegels alleen niet bieden. Hout kan worden gebruikt voor een wastafelmeubel, een badrand of een plank, mits het goed behandeld is tegen vocht. Natuursteen en keramiek zorgen voor variatie in textuur en kleur. Deze aanpak sluit aan bij een bredere vraag naar duurzame, tijdloze interieurs waarin materialen mogen verouderen.
De vierde trend draait om sculpturale vormen. Ronde spiegels, gebogen wastafels en vrijstaande baden met zachte lijnen doorbreken de rechthoekige standaard van veel badkamers. Zulke vormen trekken de aandacht en geven de ruimte een eigen karakter. Tegelijk vragen ze om een zorgvuldige indeling, want een sculpturaal element werkt alleen als er voldoende vrije ruimte rondom blijft.
Wat de vier richtingen delen, is een afkeer van de anonieme standaardbadkamer. Ze gaan ervan uit dat een kleine ruimte net zo goed doordacht kan worden als een grote. Dat sluit aan bij een bredere beweging in het interieurontwerp, waarin compacte woningen vragen om oplossingen die functionaliteit en sfeer combineren.
Een voorbeeld van die aanpak komt uit Kyoto, waar een familiehuis van 94,87 vierkante meter op een perceel van 83,91 vierkante meter werd gerealiseerd. Architecten Kazuki Ujigawa en Mirai Ozono van Ujizono Architects plaatsten een gebogen houten volume in het hart van de woning. Dat volume scheidt de woonkamer van de keuken en eetruimte, zonder de verdieping in aparte hokjes te verdelen. Bewoners kunnen om de curve heen bewegen, waardoor zichtlijnen veranderen en activiteiten elkaar toch blijven overlappen.
De begane grond is compacter ingedeeld, met een gang die drie slaapkamers en een badkamer verbindt. Een trap achterin leidt naar boven, waar wonen, koken en eten samenkomen onder een schuin plafond. Hoge ramen laten daglicht diep binnen, terwijl ze directe inkijk vanuit naburige woningen beperken. Zo ontstaat openheid door hoogte en licht, niet door grote glaspartijen.
Die aanpak is relevant voor de badkamer. Ook daar gaat het om de vraag hoe je een beperkte ruimte functioneel houdt zonder dat ze anoniem wordt. Een gebogen wastafel, een vrijstaand bad of een zorgvuldig geplaatst raam kan het verschil maken. Privacy is daarbij geen vast gegeven, maar iets dat per activiteit kan variëren.
De vier trends bieden dus geen kant-en-klare stijl, maar een denkwijze. Wie de badkamer wil vernieuwen, kan kiezen voor rust en terughoudendheid, voor kleur en energie, voor natuurlijke materialen of voor een sculpturaal statement. In alle gevallen geldt dat de beste badkamer niet de duurste is, maar de ruimte die klopt met het ritme van wie er elke dag gebruik van maakt.
2